Meer bereik met je MeshCore node of portofoon of zender (deel 1)
Nòg meer bereik met jouw Meshcore companion of repeater of portofoon of zender?
Dat is precies waar dit over gaat. Plus uitleg over de vele factoren die het bereik en de ervaring beïnvloeden. Dat is voor iedereen die niet dagelijks of regelmatig met radioverbindingen bezig is, ook handig. Het antwoord op de vraag “Waarom lukt het nu niet om xyz te bereiken?”, zou er zomaar tussen kunnen staan. En misschien levert het een idee op om het anders te doen, waarna het wel succesvol kan zijn.
Daarom heb ik een poging gewaagd om dit verhaal zo geschikt mogelijk te maken voor een breder publiek. Eigenlijk een schier onmogelijke opgave aan een kant, omdat het feitelijk zwaar technische materie is, op een behoorlijk hoog niveau en dat het absoluut niet de dagelijkse belevingswereld van iedereen is. Alles in “Jip-en-Janneke-taal” lukt niet zo heel goed. En toch...
“Alles moet zo simpel mogelijk gemaakt worden, maar niet simpeler.” – Albert Einstein.
Bereik en factoren
Voor een maximaal bereik komt er best veel kijken, vooral ook de omgevingsvariabelen. Factoren van belang, die allemaal invloed hebben om het maximum eruit te kunnen halen zijn onder andere (en ook ongeveer in die volgorde):

Antenne-hoogte
We hebben niet allemaal, of eigenlijk allemaal niet, de luxe van een antenne op 220 tot 270 meter hoog op de Gerbrandy-toren te hebben staan (Lopik radio&TV), zodat je met een relatief klein uitgestraald vermogen bijvoorbeeld zelfs de afsluitdijk kunt halen. Of de luxe van 14 hoog op een flat, met een antenne op het dak. In het slechtste geval sta je op de grond in een bos, of binnen in huis, met de porto of companion in de hand en met een standaard antenne. Dan is slechts een paar 100 meter of een paar km bereik realistischer. De kreet "je komt er de straat niet mee uit" is dan van toepassing.
Bij gelijkblijvende andere variabelen, is antenne-hoogte en vrij zicht als eerste bepalend!
N.B.: als je jezelf afvraagt waarom sommigen investeren in een uitschuifbare mast van 10 meter of meer? Hier heb je een antwoord. Ze schuiven de mast alleen uit als het kan of nodig is.
Uiteraard geniet voor meshCore een vaste mast de voorkeur en dan met name een die de antenne-voet hoger brengt dan de daken van de omliggende woningen of gebouwen.
Antenne-versterking
Een antenne die versterkt, is de meest economische “eindversterker” en “ontvangstversterker” die je kunt bedenken. Hoe meer versterking, des te groter het bereik wordt. En des te meer je kunt ontvangen. Met een antenne die 4x versterkt, kom je in principe 2x zo ver in het vergelijk (natuurkundige principes en de praktijk samen). Dit heeft alles te maken met het uitgestraalde vermogen door gebruik van die antenne. (De term ERP ofwel Effective Radiated Power kun je nog wel eens tegenkomen in dat verband)
ERP
ERP staat voor de Engelse term "Effective Radiated Power". Voor een EU868 frequentieband, waar met o.a. MeshCore gebruik van wordt gemaakt, geldt de wettelijke beperking van 500 mW ERP, oftewel 27 dBm ERP.
Kwaliteit van de coax

Een signaal door een kabel heen, levert verlies op. Punt. Altijd. Dat is naar en toch onvermijdelijk. Hoe langer de kabel, des te groter het verlies. Hoe beter de kwaliteit, des te minder het verlies is. Beter betekent ook gelijk duurder per meter. Van sommige coax kun je beroerd worden van de verliezen. Van de prijzen van goede coaxkabel overigens ook. Prijzen gaan zomaar van €2,- per meter tot maar liefst €8,90 per meter. Ka-tsjing! En dan de bijbehorende goede pluggen nog. Nu is er voor een MeshCore node in een mast vaak maar weinig coax nodig, alles hangt wel af van hoe het geheel met antenne, kastje met de node, filter, zonnepaneel etc. is opgebouwd. Want eigenlijk wil je niet alles onbereikbaar boven in een mast hebben. De antenne natuurlijk wel, liefst zo hoog mogelijk. en dan is een meter of 3-4 goede coax als LMR-400, Hyperflex-10 of equivalenten, helemaal niet zo erg om te gebruiken. Dan is alleen de windlast van de antenne van belang, niet ook nog die van een filter, kastje en zonnepaneel. Want dat kan bij storm vervelend uitpakken.
Line-Of-Sight
Oftewel: zichtlijn. Radiosignalen gedragen zich zo ongeveer als licht, vooral als de frequenties hoger worden. Als je elkaar kunt “zien”, zal een verbinding makkelijker lukken, dan dat er van alles aan bebouwing, bomen of andere obstakels tussen staan. Dat kan zelfs zo slecht worden, dat pakweg 400 meter tussen bijvoorbeeld twee porto’s op straat niet werkt, omdat een van de twee net op een “witte vlek” staat, dus geen signaal ontvangt. Een meter de ene of de andere kant op, kan dan alle verschil maken.
Voor het vergelijk: denk aan radio luisteren in de auto en voor het stoplicht staan. Soms moet je een halve meter naar voren, om weer fatsoenlijke ontvangst te hebben. Buiten is beter dan binnen. Dus op een zolder onder een houten dak staan werkt stukken minder goed, dan je hoofd met porto uit het dakraam steken – zeker als je daarmee een betere zichtlijn hebt. Moet je alsnog “door het dak heen”, zal het resultaat waarschijnlijk tegenvallen.
Laat staan als je een modern huis hebt, waarbij de isolatie aan weerszijden bekleed is met aluminium. Je schuift dan aardig richting een kooi van Faraday.
Plat gesteld: een antenne die met de voet boven het dak en nabije obstakels uitsteekt, is een belangrijke stap naar een (heel veel) beter bereik.
Weersomstandigheden
Regen, sneeuw, mist, luchtvochtigheid, luchtdruk etc. Het zijn allemaal factoren die het bereik beïnvloeden. Het bepaalt namelijk de demping (verzwakking) op het pad tussen twee stations of companions of repeaters. De ene keer haal je op een specifieke locatie de 30km, de andere keer lukt dat niet. En dat met dezelfde apparatuur, dezelfde coax en dezelfde antenne op de auto of op het dak. En soms zijn de atmosferische condities zo gunstig, dat je soms 100km of meer ver kunt komen. We zitten nu (2026) rond een zonnevlekken-maximum, waardoor die speciale condities vaker voorkomen.
Kwaliteit ontvanger
Last-but-not-least: hoe goed en hoe gevoelig is de ontvanger in de node, porto of basisstation/mobiele zendontvanger? Daar zitten echt grote verschillen in! In de praktijk: De ontvanger van merk X ontvangt niets, terwijl de ontvanger van merk Y het signaal prima verstaanbaar ontvangt. Ontwerp, gebruikte componenten, gehele opbouw maken hierin een enorm verschil.
Het wordt nog erger: wederzijdse beïnvloeding. De ontvanger van merk X kan bijvoorbeeld slecht tegen sterke signalen op andere frequenties van zenders in de buurt en kan het gewenste signaal daardoor niet ontvangen. De ontvanger van merk Y kan er wel tegen en heeft geen problemen.
Alle waar naar zijn geld. Je kunt van een erg goedkope Baofeng UV-5R simpelweg niet dezelfde prestaties verwachten als de veel duurdere (en ook veel betere) Wouxun KG-UV8D. De binnenkant van beide apparaten laten echt een enorm verschil zien in opbouw alleen al. Voor iemand met een technische achtergrond, wordt dat direct duidelijk.
De details in: Nòg meer bereik - Coax kabels
Het wordt nu ietsje technischer, dat is niet te vermijden. Wiskunde komt feitelijk in het spel, maar geen zorgen! Ik hou het zo simpel mogelijk. Maar niet simpeler!
Coax en antenne zijn eigenlijk een beetje als de banden onder een auto: het maakt alle verschil uit in grip en wegligging. Met gladiaal-banden onder je auto heb je geen grip in de regen, want je hebt geen profiel en het water kan niet weg. Dat wordt dan (heel) langzaam rijden en eigenlijk presteert het geheel slecht.
De verschillen tussen de typen coax kunnen echt wel enorm zijn. Zoals al gesteld: je verliest signaal in een kabel. Altijd. Dat is naar. Er valt gelukkig wel wat te kiezen! Kijk vooral eens naar de verschillende typen kabels in deze interactieve tabel: https://thedxshop.com/coax-loss-calculator/ Je zou bijna neigen naar het vermijden van 10cm RG178 kabel, die aan zo'n U.FL/IPEX connector van een node zit. Een van 5cm is weer minder verlies, het scheelt de helft en alle beetjes kunnen helpen.
Oh ja: de zogenaamde impedantie van een coax-kabel voor gebruik met zenders is ALTIJD 50Ω (ohm). Gebruik echt NOOIT TV-coax van 75Ω, dan wordt de ervaring heel teleurstellend. En nee, het gaat veel te ver om die verschillen hier uit te leggen.
De demping/verzwakking van een coax-kabel wordt aangegeven in dB’s en dat heeft een logaritmisch verloop. 10Log om wiskundig precies te zijn. Niet lineair dus. Heel erg niet lineair. Een paar dB meer of minder maakt dus zomaar meer uit dan je misschien denkt. Bijvoorbeeld:
- 3 dB is een factor 2 verschil.
- 6 dB is een factor 4 verschil. Je weet wel, waarbij je 2x zover of 2x minder ver mee komt.
- 10 dB al een factor 10 verschil.
- 20 dB al een factor 100 verschil.
- 30 dB is al een factor 1000 verschil.
Bedenk dus: 3dB meer of minder is al een factor 2 verschil. Dat merk je in de praktijk, zeker in een vergelijk. Ook bijvoorbeeld met een verbinding maken met iemand anders in dezelfde stad. Want hoe kan het dat hij/zij bijvoorbeeld veel verder komt? Of juist niet?
Een tweede factor is de geschiktheid van de coax voor lage of juist hogere frequenties. Het verschil in demping tussen VHF (144 MHz), UHF (435 MHz) of EU868 (869 MHz in ons geval) voor de diverse kabels, laat dat heel goed zien. En is dus ook van belang of en hoeveel je uit zou willen geven aan coax in JOUW specifieke situatie.
Waar je met “bakkies” op de 11-meter band nog prima weg komt met een beperkte lengte dunne en relatief goedkope coax (RG58), kun je voor gebruik op UHF jezelf de vraag stellen of dat wel ideaal is. (Eigenlijk kun je het gevoegelijk vergeten!)
Stel dat je meer wilt beluisteren en zelfs een ontvanger hebt voor 1296 MHz, dan wordt de keuze van de coax zelfs een kritisch ding. De demping is wordt dan voor vele typen coax enorm! En dat is Kwalitatief Uitermate Duidelijk Teleurstellend.
N.B.: ik had 3 decennia geleden een leuke 3-bands zend-ontvanger met de 23cm (1296 MHz) band erin, dus was ik best kritisch op welke coax nodig was en wat voor antenne, om de verliezen met de versterking enigszins te compenseren. Want uiteindelijk is het een rekensommetje: versterking antenne(dBd, niet dBi) – demping coax = rendement/versterking. En die wil je het liefst zo hoog mogelijk boven de nul hebben. En die demping wil je dus met de antenne minimaal kunnen compenseren. Zo lang je met je node op de EU868 band maar onder de 500 mW ERP blijft, gaat alles goed.
- Voetnootje: die dBd kom ik verderop op terug. Dit zijn de “echte” dB’s. ;-)
De magneetvoet

De veel gebruikte 5mm dikke (dunne) RG58 is makkelijk en flexibel. Zeker in de toepassing met een magneetvoet op een auto. Het past met enig beleid makkelijk langs een deurrubber, zodat de kabel niet bekneld raakt. Het is ook een goedkope kabel, wat het aantrekkelijk maakt. Ook daarom wordt het veel gebruikt, vaak met zo’n 5 meter kabel tussen de magneetvoet en plug. Bijvoorbeeld een zoals de afbeelding hiernaast. Met die beperkte lengte kabel kom je thuis vaak niet echt uit de voeten.
Is zo’n kant-en-klare oplossing in alle gevallen de beste keuze?
Nou, nee. Het hangt uiteraard ook van de toepassing en gebruikte frequenties af. Voor een 11-meter zendontvanger in de auto is het op zich prima. Zeker voor de LPD, PMR en helemaal de EU868 frequenties, zou veel betere coax eigenlijk een eerste vereiste zijn.
En dat nog los van het voorkomen van krassen op de lak bij een magneetvoet. Dat is en blijft een risico. Zowel het dak (wel in de was zetten!) en het rubber op de magneetvoet moeten brandschoon zijn. Oh ja, voor ik het vergeet: zo’n magneetvoet zet je uiteraard 99 van de 100 keer zo goed mogelijk op het midden van het dak. Dat heeft te maken met het zogenaamde “stralingsdiagram”, wat een verhaal is dat voor nu veel te ver gaat.
Wel leuk: met zo'n 40cm aan antenne voor MeshCore op je dak, je companion en de webpagina https://mapme.sh kun je heel leuk het werkelijke bereik van een repeater bepalen. Er wordt gebruik gemaakt van de GPS data en welke repeater(s) ontvangen worden in een hexagonaal vakje.
Vergelijk coax-kabels
Laat ik eens een vergelijk maken tussen RG-58 en de even dikke Hyperflex-5. En vooral wat dat dan betekent in de praktijk. Beide zijn 5mm dik en toch zijn de verschillen groot. Een voorbeeld met 100m coax en stel 22dBm zendvermogen (158,49 mW):
| Type | Demping | Rest | mW |
|---|---|---|---|
| RG-58(U) @145MHz | 12,87 | 22-12,87=9,13 | 8,2 mW |
| Hyperflex-5 @145MHz | 9,63 | 22-9,63=12,37 | 17,3 mW |
| RG-58(U) @432MHz | 22,73 | 22-22,73= -0,73 | 0,8 mW |
| Hyperflex-5 @432MHz | 17,03 | 22-17,03=4,97 | 3,14 mW |
| RG-58(U) @869MHz | 33,08 | 22-33,08=- 11,08 | 0,08 mW |
| Hyperflex-5 @869MHz | 24,43 | 22-24,43= -2,43 | 0,6 mW |
Je zou kunnen stellen dat 100m coax met een simpele 56Ω weerstand aan het einde, een goede dummy-load kan vormen. :-P
Laten we het eens met reëlere lengten proberen. Zeg 5m:
| Type | Demping | Rest | mW |
|---|---|---|---|
| RG-58(U) @145MHz | 0,64 | 22-0,64=21,36 | 136,8 mW |
| Hyperflex-5 @145MHz | 0,48 | 22-0,48=21,52 | 141,9 mW |
| RG-58(U) @432MHz | 1,14 | 22-1,14=20,86 | 121,9 mW |
| Hyperflex-5 @432MHz | 0,85 | 22-0,85=21,15 | 130.3 mW |
| RG-58(U) @869MHz | 1,65 | 22-1,65=20,35 | 108,4 mW |
| Hyperflex-5 @869MHz | 1,22 | 22-1,22=20,78 | 119,7 mW |
Op zo weinig vermogen en met hogere frequenties, gaat het vrij hard.
Dan nog, bijvoorbeeld Ecoflex 10 dempt nog maar 0,62 dB op 869MHz. LMR-400 doet er met 0,63 dB weinig voor onder. Dan nog, 22-0,62=21,38 dBm = 137,4 mW en is op een stuk van zelfs maar 5m best de moeite waard.
De verschillen lijken hier misschien niet groot, het is toch het verschil tussen een signaal wel of niet kunnen ontvangen. Plus dat bij zenden er meer vermogen bij de antenne aankomt, als er minder verlies is in de coax. En dan is het bereik met jouw meshcore node, porto of zendontvanger ook automatisch groter. Ja, de Hyperflex-5 is duurder (€2,-/m) en je zult het zelf moeten monteren. Toch heeft het mijn persoonlijke voorkeur, zelfs ook voor een stuk van 4 of 5 meter. Want:
“Minder demping is meer beter.”
Dan nog: antenne-hoogte is in wezen het belangrijkste, dus met welke coax dan ook, moet die zo hoog mogelijk staan.
Onder de streep: wat het beste past in JOUW situatie , is stof tot nadenken. Mogelijkheden op jouw lokatie en het beschikbare budget bepalen in wezen het meeste, zo niet alles. Soms is er met wat creativiteit een betere oplossing te vinden, soms wordt het ook gewoonweg te ingewikkeld.
Nòg meer bereik (3) - Antennes, frequenties en golflengten
Daar zijn hele dikke boeken over geschreven, door de decennia heen. Zowel professioneel als door radiozendamateurs, is er heel veel aan gewerkt en geëxperimenteerd, teneinde voor een specifieke toepassing en een specifieke locatie, een optimaal resultaat te bereiken. Niet alles kan overal en soms moet er echt geïmproviseerd worden.
Op antennes kun je zo ongeveer afstuderen.
Een feit is dat des te hoger de frequentie (trilling) is, des te korter de golflengte wordt. Omgekeerd dus ook: hoe lager de frequentie, des te langer de golflengte. Dat heeft direct invloed op de grootte en effectiviteit van een antenne. Een plaatje om wellicht even wat langer naar te kijken:
Wat wij met onze oren kunnen waarnemen zit nog verder naar links dan op dit plaatje. Wat wij met onze ogen kunnen waarnemen, is maar een petieterig stukje van het hele spectrum.
Terug naar de antenne:
De minimale optimale lengte van een “straler” of “spriet” of antenne, is in principe een kwart van de golflengte. Dat los van allerlei technisch interessante oplossingen om betere antennes elektrisch anders te laten werken, zodat ze meer versterking/resultaat geven.
Even met wat cijfertjes die een beetje een idee geven:
| Frequentie | Golflengte | ¼ golf |
| 27 MHz (KG; Korte Golf, HF) | 11 meter | 2,75 meter |
| 150 MHz (VHF) | 2 meter | 0,5 meter |
| 435 MHz (UHF) | 70 cm | 0,175 meter |
Een “dingetje”: met een kwart golf ben je er niet. Da’s best utje. Er is ook een “tegencapaciteit” nodig in dat geval en die moet ook een kwart golf zijn. Of een groot plat vlak metaal. Of een serie zogenaamde radialen, al dan niet onder een hoek. Oké, niet te ingewikkeld. Terug naar de dipool:
Met twee elementen van een kwart golf in elkaars verlengde, is er sprake van een dipool-antenne en die versterkt 0 dB. Die geeft het dus alleen maar gewoon door, want die heeft een versterking van 1.
Naarmate de frequentie hoger wordt, kan de antenne ook compacter worden. Zeker op een porto is dat simpelweg erg praktisch! De antenne op de meeste porto’s verraadt door de lengte ook gelijk dat het een compromis is, waarbij vaak ook elektrische/technische trucs uitgehaald worden, om het rendement toch nog iets te verbeteren. Vooral ook om de antenne bijvoorbeeld (elektrisch) geschikt te maken voor gebruik op zowel VHF als UHF. Dat wordt dan een dual-band antenne genoemd.
Radiopiraten op zee, een voorbeeld
Even voor de beeldvorming: Decennia geleden luisterden velen naar Radio Veronica, Noordzee, 538, Mi Amigo etc. op de middengolf, zoals die band genoemd wordt. De golflengten lopen van zo’n 190 tot 560 meter. Zie je jezelf al rondrijden met een kwart-golf antenne op je auto? Nee hè?
Dit is waarom er soms een heel arsenaal aan technische zaken uitgehaald moest worden, om iets te laten werken – al was het vaak ook verre van optimaal.
De constructie van zo’n antenne is een compromis, omdat er gewoon geen ruimte was om zo’n 96 meter antenne neer te kunnen zetten op een boot als de Norderney. (96 meter is dan een halve golflengte, een dipool)
Heb je trouwens gezien hoe de basis-constructie van de dipool is en hoe deze gevoed wordt?….. Oké, oké.. . Ik zou het zo simpel mogelijk houden.
Voetnootje: middengolf en gedrag is makkelijk een A4 aan te wijden – wellicht vele meer. Maar daar gaat het in dit verhaal over bereik en zo niet om.
dB en dBi, een verschil van 2,15 dB
Is dat belangrijk? Ja en nee. Nee, als het wiskundige en technische verhaal je niet zo boeit en het “hoog over” gaat.
Ja, als je wilt kunnen uitrekenen wat in JOUW specifieke geval het resultaat van je inspanningen en uitgaven gaat zijn. En vooral of je het gewenste resultaat kunt halen. Persoonlijk vind ik dat best wel spannend en relevant. Want:
Als het over versterking en demping gaat, moet je de simpele rekensommetjes WEL weten, om teleurstellingen te voorkomen. De “het kost een paar centen” moet natuurlijk wel de moeite waard zijn!
dBi en dB of ook wel dBd zijn relevant bij antennes ten opzichte van een dipool en wat je aan de antenne echt uitstraalt. Daarom:
De dipool
De simpelste antenne is in wezen een open dipool. Die is een halve golflengte lang. Gewoon 2 metalen staafjes/buisjes (elementen genoemd) van ieder een kwart golflengte, die geïsoleerd van elkaar in elkaars verlengde staan. In het midden wordt de coax-kabel vastgemaakt. De kern aan de ene kant en de mantel aan de andere kant. De ene kant van de dipool is dan de signaal-zijde en de andere kant is de “massa” voor de balans.
Detail: de impedantie van een open dipool is 50Ω. ← daar is hij weer!
Het voordeel van de dipool is het nette, simpele stralingsdiagram. Haaks op de elementen straalt het even sterk naar voren, achteren, boven en onder. Net een soort van donut. Simpel, makkelijk, recht-toe, rechtaan. In het gif-je, wordt het getoond op 1 vlak. Het is in wezen een complete donut er omheen, haaks op de elementen.
Merk op dat er in het verlengde van de elementen zo goed als geen straling is. Dat is ook de reden dat de antenne van een porto verticaal staat en daarom rondstralend is – als een “donut” die gewoon plat ligt. Dit wordt ook wel “verticale polarisatie” genoemd. In het plaatje hierboven wordt dan eigenlijk ook “horizontaal gepolariseerd” getoond.
De dipool versterkt niet. 0 dB dus. Ofwel 0 dBd, zoals het echt exact heet. Precies 1x.
Of biedt maar liefst 2,15 dBi versterking in vergelijk met een zogenaamde isotrope puntstraler (N.B.: dat ding bestaat fysiek niet eens). Vind je het wiskunde/natuurkunde op zijwegen? Dat is het wel een beetje. Helaas is dat dBi voor antennes wel de mores in radioland tegenwoordig.
- Die dBd wordt door de zendamateur eigenlijk als de “echte dB’s” aangemerkt.
Voor zo ongeveer alle antennes die je kunt kopen, wordt de te halen winst in dBi aangegeven, in plaats van dBd (steeds dB genoemd in dit blog).
Dat dBi ziet er psychologisch namelijk beter uit. 2,15 dB beter maar liefst!. Net als de prijzen van artikelen in winkels: €9,95 of daaromtrent. Dat lijkt een stuk minder dan €10,00 toch?
Het is ietwat verneukeratief, simpel zat.
Wat je zou moeten willen willen (echt), is zoveel mogelijk winst te halen in het hele pad van porto of set, via de pluggen en de coax naar de antenne. In het ideale geval maak je zoveel winst, dat het uitgestraalde vermogen bij de antenne (ERP, Effective Radiated Power), meer is dan het vermogen dat door de porto of set wordt afgegeven. Dan weet je ook dat je meer signaal uit de ether kunt halen voor ontvangst.
Het rekensommetje nogmaals: de dB’s versterking van de antenne minus de demping van de coax = rendement/versterking. En die wil je zo hoog mogelijk boven de nul hebben. Hier geldt echt: iedere dB de goede kant op, is absolute winst.
Stel: de antenne die je wilt hebben, versterkt 5 dBi op VHF en 7,6 dBi op UHF. In de praktijk betekent dat respectievelijk 2,85 dB en 5,45 dB versterking ten opzichte van een dipool. Berekend is dat 1,93x en 3,51x versterking.
Als de lengte coax die je in jouw geval nodig hebt, langer blijkt dan je eigenlijk leuk vindt, bijvoorbeeld 20 meter, dan wordt het wikken en wegen wat je wilt en kunt kopen en wat dan het resultaat is. Als je dB-resultaat ver onder de nul uitkomt, is het in ieder geval niet ideaal. Proberen het op zijn minst zo goed mogelijk te krijgen, is niets mis mee.
Als je wilt, kun je er hier leuk aan rekenen:
https://www.g4urh.co.uk/amateur_radio/watt_converter.php
Tip: gebruik 1 Watt als basis waarde, dan kun je gelijk de factoren van de versterking zien. En uiteraard, als je het vermogen van je porto of set invult, zien wat het uitgestraalde vermogen is. En dat is met de verschillende demping van de coax op de verschillende frequenties uiteraard ook nog eens verschillend.
Rekenen met dB's, dBi's, connectoren (en meer ellende)
Het is best makkelijk, zoals je hierboven ziet, dat je dB's kan optellen en aftrekken. Het uiteindelijke resultaat kun je dan gewoon omrekenen daar dingen als vermogen aan de antenne-voet in mW, of de mW aan ERP die je met een antenne uiteindelijk gaat bereiken. Vaak worden de connectoren vergeten. Daar zit ook verlies in. Hoeveel hangt af van het type connector en de kwaliteit. Het vervelende is dat connectoren niet per definitie een vast verlies hebben. Boven bepaalde frequenties kan het verlies snel oplopen.
De versterking van antenne's worden gewoonlijk in dBi opgegeven. Daar worden ook de nodige sprookjes over verteld, dat komt verderop nog wel. Voor nu is het even boeiend wat dat dBi precies inhoud als je er mee rekent. De simpelste antenne, een dipool van een halve golflengte lang, versterkt 0dB. Dat is precies 1x.