Repeater via CLI configureren

From MeshWiki
Jump to navigation Jump to search

Deze pagina legt uit hoe u een MeshCore-repeater instelt via de seriële console (CLI). Na het doorlopen kunt u de repeater via de CLI bedienen, de belangrijkste instellingen aanpassen en weet u welke parameters helpen voor een stabiele werking. Ook als u meerdere repeaters naast elkaar gebruikt. De instructie is voor gebruikers die de repeater via USB aansluiten of via een T-Deck of smartphone-client op afstand beheren.

Wat hebt u nodig?

  • Repeater met MeshCore-firmware – Geflasht en bij voorkeur via USB aangesloten voor de eerste configuratie.
  • Toegang tot de CLI – Via de seriële console (bijv. config.meshcore.dev of flasher.meshcore.dev → Console), via pio device monitor (in een PlatformIO-project) of een ander terminalprogramma (bijv. PuTTY op Windows), of via een T-Deck/smartphone-client met remote administration.
  • Adminwachtwoord – Standaard is dat password; wijzig dit na de eerste login.

Stap 1: Verbinding maken met de repeater

Sluit de repeater aan op USB en open de seriële console. Gebruik 115200 baud, 8N1, geen flow control.

  • Web: Ga naar config.meshcore.dev of flasher.meshcore.dev, kies "Console" (of vergelijkbaar) en selecteer de juiste seriële poort.
  • Terminal (pio): In de MeshCore-projectmap: pio device monitor (gebruikt standaard 115200 baud).
  • Op afstand: Log in met een T-Deck of smartphone-client die verbinding heeft met het mesh; gebruik daarna de optie om de repeater op afstand te beheren.

Zodra de verbinding staat, verschijnt er een prompt. Typ een commando en druk op Enter; de repeater reageert met een regel tekst.

Stap 2: Inloggen

Voer het adminwachtwoord in. De standaardwaarde is password. Na een geslaagde login kunt u alle configuratiecommando's gebruiken.

U kunt het wachtwoord wijzigen met:

password <uw_nieuwe_wachtwoord>

Bewaar geen standaardwachtwoord in productie; kies een sterk wachtwoord en noteer het veilig.

Stap 3: Basisconfiguratie

Naam en positie

Geef de repeater een herkenbare naam en eventueel coördinaten (handig voor kaarten en discovery):

set name <naam>
set lat <breedtegraad>
set lon <lengtegraad>

De naam mag maximaal 24 tekens zijn als u locatie gebruikt, anders 32. Gebruik geen emoji of ongebruikelijke tekens als die problemen geven.

Radio: frequentie, bandwidth, spreading factor

Stel de LoRa-parameters in volgens uw regio en regelgeving. Landelijk (Nederland) wordt vaak 869,618 MHz gebruikt met 62,5 kHz bandwidth, SF8 en CR8. Controleer de lokale regels.

Huidige waarden bekijken:

get radio

Waarden instellen (freq in MHz, bw in kHz, sf 5–12, cr 5–8):

set radio <freq>,<bw>,<sf>,<cr>

Voorbeeld landelijk (869,618 MHz, 62,5 kHz, SF8, CR8):

set radio 869.618,62.5,8,8

Let op: Na het wijzigen van radio-instellingen moet u de repeater herstarten met reboot.

Zendvermogen

Stel het zendvermogen in (in dBm). Te hoog kan in strijd zijn met de wet; raadpleeg de handleiding van uw board:

get tx
set tx <dbm>

Stap 4: Routing en vertragingen (belangrijk bij meerdere repeaters)

Hebt u twee of meer repeaters in elkaars bereik (bijv. een omni- en een Yagi-antenne)? Dan kunnen ze tegelijk proberen te herhalen en elkaar storen. De firmware biedt vertragingsinstellingen. Zo zenden repeaters niet gelijktijdig.

Herhalen aan/uit

Standaard staat herhalen aan. U kunt het uitzetten met:

get repeat
set repeat off

Zet het weer aan met set repeat on als de repeater weer moet doorsturen.

Vertraging bij flood-verkeer (txdelay)

Hoe hoger de factor, hoe groter de wachttijd vóór het opnieuw uitzenden van flood-verkeer. Standaard 0.5. Bij meerdere repeaters: geef de ene repeater een lagere waarde (zendt sneller), de andere een hogere (zendt later).

get txdelay
set txdelay <waarde>

Waarde tussen 0 en 2. Voorbeeld: eerste repeater 0.3, tweede repeater 0.8.

Vertraging bij direct verkeer (direct.txdelay)

Zelfde idee voor direct (point-to-point) verkeer. Standaard ongeveer 0.3 op de repeater.

get direct.txdelay
set direct.txdelay <waarde>

Verwerkingsvertraging bij ontvangst (rxdelay) – experimenteel

Met rxdelay stelt u een extra vertraging in (waarde 0–20) vóór de repeater een ontvangen flood-pakket verwerkt. Standaard 0 (uit). Geef op één van de twee repeaters een waarde zoals 3 of 5. Die repeater reageert dan later; dat geeft minder botsing.

get rxdelay
set rxdelay <waarde>

Samenvatting bij twee repeaters (bijv. omni + Yagi): Stel op de ene repeater lagere vertragingen in (txdelay 0.3, direct.txdelay 0.2, rxdelay 0) en op de andere hogere (txdelay 0.8, direct.txdelay 0.5, rxdelay 3). Zo zendt de eerste sneller, de tweede vult aan waar nodig.

Stap 5: Interferentie en zendtijd

Interferentiedrempel (int.thresh)

De repeater meet een ruisvloer. Ligt de huidige RSSI meer dan int.thresh dB boven die ruisvloer? Dan wordt het kanaal als "bezet" gezien. De repeater wacht dan met zenden (listen-before-talk). Standaard is de drempel 0 (uit).

get int.thresh
set int.thresh <waarde>

Waarde in dB (0 = uit; 8–15 is gangbaar). Voor de landelijke instellingen (869 MHz, SF8) is 10 een goed startpunt. Veel valse "kanaal bezet"-meldingen? Probeer lager (bijv. 8). Storende interferentie? Probeer hoger (12–15).

Airtimefactor (af)

Beperkt het percentage zendtijd (duty cycle). Standaard 1.0. Pas aan als uw regio een strengere limiet oplegt.

get af
set af <waarde>

Waarde tussen 0 en 9.

Stap 6: Overige nuttige instellingen

Power saving (Repeater Only)

Staat standaard aan: het apparaat gaat tussen zendslagen in slaapstand. U kunt het uitzetten voor debugging of als u geen batterijbesparing nodig hebt:

powersaving
powersaving off

Flood-advertentie-interval

Hoe vaak de repeater zichzelf via flood bekendmaakt (in uren). Standaard 12.

get flood.advert.interval
set flood.advert.interval <uren>

Waarde tussen 3 en 168.

Maximum aantal hops voor flood

Hoe ver een flood-bericht mag doorreizen (aantal hops). Standaard 64.

get flood.max
set flood.max <waarde>

Waarde tussen 0 en 64.

Statistieken en status

Handig om te controleren of de repeater goed werkt:

stats-radio
stats-packets
ver
board

stats-radio toont o.a. ruisvloer en laatste RSSI/SNR; stats-packets toont tellers voor ontvangen en verzonden pakketten.

Overige repeater-commando's

  • advert – Stuurt handmatig een flood-advert uit zodat andere nodes de repeater kunnen ontdekken.
  • neighbors – Toont een lijst van nabije nodes (max. 8 recente adverts). Alleen op de repeater.
  • erase – Voert een factory reset uit (alle instellingen en opgeslagen gegevens worden gewist). Alleen via de seriële console; destructief, gebruik met zorg.

Instellingen opslaan

De meeste instellingen die u met set wijzigt, worden opgeslagen en blijven na een herstart behouden. Bij radio- en enkele andere wijzigingen moet u herstarten:

reboot

Zie ook